Sunday, March 15, 2009

Rajgir, Bihar (India)

ONDERWEG NAAR VOLTURE'S PEAK...


Na een zeer bewustzijnsveruimende tiendaagse in het Root Institute, hadden we ongelooflijk veel zin om nog eens te bewegen. Een uitgelezen moment ook om te ervaren hoeveel ons geduld werd getraind tijdens deze laatste 10 dagen, en af te meten hoeveel resistenter we waren geworden tegenover bijvoorbeeld het lawaai van een lokale bus met haar lokale inwoners. Ik zal het kort houden: het was gelukkig niet ver....
Niets aan te doen, maar Rajgir bleek niet het pittoreske stadje te zijn waar we ons beiden aan verwachtten. In het enthousiasme van onze verse ontdekkingsdrang waren we vergeten hoe luid en stoffig Indische steden zijn. Zonder uitzondering. In Rajgir was dit niet anders, hetgeen ervoor zorgde dat we ons reeds snel in horizontale houding bevonden, genietend van een goed boek en een meesterlijk kunstwerk in de vorm van donkerrode spuugsporen. Indiers hebben namelijk de gewoonte te kauwen op pan parag, een bont mengseltje van nootmuskaat (en haar sap), limoen, cardamom (het zaad van een struik verwant aan de gemberplant) en een combinatie van natuurlijke smaakversterkers. Je kan het vergelijken met cocabladeren in Zuid-Amerika, maar het ziet er iets viezer uit.
Te pas en te onpas, op gelijk welke plek, en liefst met bijhorend rochelend vertoon, deponeren ze dan vakkundig dit goedje, met een voorkeur voor in het oog springende plaatsen. In dit geval dus de linkermuur van onze hotelkamer.

Voila, een eerste probeersel om eens een video te posten. Dit hectisch bazeke bracht ons naar de opzet van onze bestemming, Griddhakuta (of Vuluture's Peek). Dit is de plek waar de historische Boeddha zijn eerste lessen over leegheid of emptiness, onderwees. Een grondprincipe van de boeddhistische filosofie dat trouwens door heel wat mensen verkeerd begrepen wordt. Maar goed, deze reisgewijs-blogspot is misschien niet de ideale plaats om daar verder op in te gaan.
Het kereltje in de video bracht ons daarheen met paard en kar, het nog steeds meest gebruikte vervoermiddel te Rajgir. Ik waande me plots op schooluitstap, met overal rond me heen fraai versierde koetsen, stuk voor stuk beladen met door het dolle heen gaande Indiers, uitgedosd op hun paasbest.


Na de koets volgde een tweede obstakel: de kabelbaan (uit het jaar stillekes). Toegegeven, ik was er eerst niet zo gerust in. Gelukkig bleven er gestaag Indiers uit terugkeren, dus waagden we ons tot een lift naar boven. Het ding kraakte en piepte langs alle kanten, maar we zijn er uiteindelijk toch geraakt. De gezichten van de nog steeds zeer geboeide Indiers waren goddelijk om aan te zien.
Deze fraaie toegang leidde ons naar de Vishwashanti Stupa die gebouwd werd door Japanse boeddhisten ter ere van hun stichter. Na de sobere maar kleurrijke tanka's en beelden allerlei in het Root Institute kwam het ons toch een beetje decadent over. Te opgekuist, te wit, en vooral te veel goud.


Dit is een beeld van Vulture's Peek, waar boeddha zou onderricht hebben. Hier zitten enkele monniken ingetogen te reciteren uit hun gebedenboek, een oude man verkoopt wierook en kaarsjes om te offeren aan deze gedenkplaats. Voor het eerst vangen we een glimp op van de magie van deze plaats. Na enkele minuten van tot mezelf komen loop ik uit eerbetoon nog enkele rondjes om de offeringen heen, en ben ik blij hier geweest te zijn.

Op weg terug naar ons hectische kereltje komen we nog een grot tegen. De afgelopen eeuwen heeft menig heilig man hier in lange eenzame retraite doorgebracht. Hier offert mijn vrouwtje wat vuur en bladgoud dat een groep vrolijke Koreanen ons toestak, vooraleer ze ons uitnodigden samen wat mantras ten beste te brengen. Het bladgoud (dat verpakt zit tussen twee laagjes boterpapier) wrijf je normaal gezien tegen de muur van een rots of een andere heilige plaats, en wordt aanzien als een offering aan verlichte of andere wezens.
En gebedsvlaggetjes, natuurlijk waren er gebedsvlaggetjes. Veel gebedsvlaggetjes. Hoe meer, hoe liever. De meesten onder julllie weten waarschijnlijk dat het er voor deze vlaggetjes om draait hun neergeschreven gebeden, geholpen door de wind, de wijde wereld in te sturen.
Probeer het je maar eens voor te stellen: duizenden kleine sanskriettekens, fladderend door de hemel, een boodschap van liefde, vrede en sprituele groei in zich dragend. Ik hou van de symbloliek die erachter schuil gaat, en heb het altijd een mooi beeld gevonden. Die bijna helemaal door de gure bergwind verteerde lapjes stof, die miljarden en miljarden gebeden later de plaats waar ze wapperen nog steeds laten ademenen in een serene rust. Alsof je op een plek bent aangekomen die je uitnodigt om even op pauze te duwen, en een paar keer goed te ademhalen.